7.3 De voorwaarden die vereist zijn bij de aanstelling van de Gedelegeerde Assistent
7.3 The conditions required in the appointing of the Delegated Assistant
De aanstelling van de gedelegeerde assistent vereist twee voorwaarden: de eerste is dat hij algemeen toezicht krijgt, en de tweede is dat hij een plaatsvervanger is. Daarom dient de kalief tegen hem te zeggen: ‘Ik draag aan u op wat aan mij toebehoort, om namens mij te handelen,’ of andere woorden met dezelfde strekking die algemeen toezicht en plaatsvervanging omvatten. Indien de opdracht niet op deze gronden wordt gegeven, wordt hij geen Mu’awin en zal hij niet beschikken over de verplichte bevoegdheden van een Mu’awin, totdat zijn aanstelling op deze gronden is geschied.
The appointing of the delegated assistant requires two conditions: The first is that He is given general supervision and the second is that He is a deputy. Therefore, the Khaleefah should say to him: ‘I assign to you what is to me so as to perform on my behalf,’ or any other words to that effect which include general supervision and deputation. If the assignment is not on these grounds, He would not become a Mu’awin and He would not enjoy the mandatory powers of Mu’awin until his appointment were to be made on these grounds.
Het bewijs hiervoor is de realiteit van de functie van de assistent, namelijk de plaatsvervanging van de kalief. Plaatsvervanging is in deze context een contract (‘Aqd), en contracten zijn niet geldig behalve door expliciete woorden. Daarom is het bij het aanstellen van de assistent een voorwaarde dat deze aanstelling wordt uitgevoerd in termen die van hem een plaatsvervanger van de kalief maken. Bovendien is de realiteit van de assistent dat hij alle verplichte bevoegdheden bezit die de kalief geniet bij het regeren. Daarom moet de aanstelling algemeen zijn in alles, wat wil zeggen dat het een term moet bevatten die duidt op de algemene behandeling van zaken. Met andere woorden, de aanstelling moet een term bevatten die aangeeft dat de assistent alle verplichte bevoegdheden van het regeren geniet. Dit wordt gedaan door tegen hem te zeggen, bijvoorbeeld: “Ik heb aan jou toegewezen wat aan mij toebehoort, zodat je namens mij handelt”, of om te zeggen: “Ik heb jou als een Wazir genomen, afhankelijk van jouw handelen namens mij”, of het soortgelijke. Echter, hem de algemene behandeling geven zonder expliciet “namens mij” te vermelden, betekent dat hij een troonopvolger (Wilayat ul-’Ahd) wordt en geen contract van Wizara, en het ambt van troonopvolger (Wilayat ul-’Ahd) is ongeldig, dus een dergelijk contract zou eveneens ongeldig zijn. Als de opdracht beperkt was tot plaatsvervanging, zonder expliciet de algemene behandeling te vermelden, dan zou het een ambigue plaatsvervanging worden wat betreft algemeenheid of specificatie, uitvoering of delegatie, en dienovereenkomstig zou de Wizara niet tot stand komen. Als de kalief ook tegen hem zou zeggen: “vertegenwoordig mij in gerechtelijke zaken, of in zaken van politie, onderwijs of het soortgelijke”, dan zou de Wizara niet tot stand komen en zou hij geen gedelegeerde assistent zijn. Dit komt doordat het bij het aanstellen van de gedelegeerde assistent noodzakelijk is om woorden of termen te gebruiken die de realiteit van de assistent aangeven, namelijk de plaatsvervanging van de kalief en het bezit van zijn verplichte bevoegdheden. Met andere woorden, om het contract van de Wizara te laten ingaan voor de gedelegeerde assistent, moet het een bepaling bevatten die twee voorwaarden aangeeft: de algemene delegatie en de deputatie. Als de bepaling deze twee voorwaarden niet duidelijk dekt, zou de Wizara niet aan de gedelegeerde assistent worden toegekend. Aangezien de aanstelling van assistenten een van de Mubah zaken is, is het de kalief toegestaan om één of meer assistenten aan te stellen. Als de kalief meer dan één Mu’awin aanstelt, dan zou elk van hen dezelfde algemene overweging krijgen als de kalief heeft. Het zou de kalief niet toegestaan zijn om twee Mu’awins aan te stellen die collectief dezelfde algemene supervisie delen, aangezien de Wilayah van het bestuur uniek is. Indien Hij dit toch zou doen, dan zou de aanstelling van beiden niet toegestaan en nietig zijn, want het is een aanstelling van een leider (Ameer) en dit kan slechts aan één individu worden gedaan. Dit is omdat de Boodschapper van Allah ﷺ zei,
The evidence for this is the reality of the assistant’s function, which is deputyship of the Khaleefah. Deputisation, in this context, is a contract (‘Aqd), and contracts will not be valid except through explicit words. Therefore, it is conditional in appointing the assistant that this appointment is carried out in terms that make of Him a deputy to the Khaleefah. Furthermore, the reality of the assistant is that He possesses all the mandatory powers, which the Khaleefah enjoys in ruling. Hence, the appointment must be general in everything, i.e. it must include a term that indicates the general consideration of matters. In other words, appointment should include a term that indicates that the assistant enjoys all the mandatory powers of ruling. This is done by saying to Him for example; “ I assigned to you what is to me so as to act on my behalf ”, or to say “I took you as a Wazir depending on your action on behalf of me”, or the like. However, giving Him the general consideration without stating ‘on behalf of me’ means to become an heir apparent (Wilayat ul- ’Ahd) not a contract of Wizara, and the heir apparent (Wilayat ul-’Ahd) post is invalid, so such a contract would be invalid as well. If the assignment was limited to deputisation, without explicitly mentioning its general consideration, then it would become an ambiguous deputisation in terms of generality or specification, execution or delegation and accordingly the Wizara would not be convened. If the Khaleefah also said to him, “represent me in judicial matters, or in the matters of policing, education or the like”, the Wizara would not be convened and He would not be a delegated assistant. This is because it is necessary in appointing the delegated assistant to use words or terms that indicate the reality of the assistant, which is the deputyship of the Khaleefah and the possession of his mandatory powers. In other words, in order that the contract of the Wizara be convened for the delegated assistant, it should include a term that indicates two conditions; the general delegation and the deputisation. If the term did not clearly cover these two conditions, the Wizara would not be convened to the delegated assistant. Since the assignment of the assistants is one of the Mubah matters, then the Khaleefah is allowed to appoint one or more assistants. If the Khaleefah appointed more than one Mu’awin, then each of them would be given the same general consideration that the Khaleefah has. It would not be allowed for the Khaleefah to appoint two Mu’awins who would share collectively the same general supervision, since the Wilayah of ruling is singular. Therefore, if He did so, then the assignment of both would not be allowed and void, for it is an appointment of an Ameer and this could only be to one individual. This is because the Messenger of Allah (pbuh) said,
“Laat hen iemand uit hun midden aanstellen.” Hij ﷺ zei ook:
“Let them appoint one from among themselves.” He (pbuh) also said:
“Zonder een van hen aan te stellen als een leider (Ameer) over hen.” Deze individuele aanstelling is daarom een voorwaarde voor de geldigheid van de Imara.
“Without appointing one of them as an Ameer on them.” This singular appointment is therefore a condition in the validity of the Imara.