15.3 Geen gehoorzaamheid in zonde
15.3 No obedience in sin
Eén zaak die is uitgesloten van de plicht tot gehoorzaamheid aan de heerser, is wanneer hij tot een zonde gebiedt. Deze uitsluiting is bevestigd door tekst. Nafi’ rapporteerde op gezag van Ibnu ‘Umar dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Het is een plicht voor een moslim om te luisteren en te gehoorzamen, of hij het nu mag of niet, behalve wanneer hij wordt bevolen tot een zondige daad. Indien hij wordt bevolen tot een zondige daad, mag een moslim noch luisteren, noch gehoorzamen.” [Overgeleverd door Muslim] Het onderwerp dat hier wordt aangesproken, is het geval van een heerser die een moslim gebiedt een zonde te begaan. Het behandelt niet de kwestie van een heerser die zondig is. Als de heerser de zonde voor jou begaat, zonder jou te bevelen deze te begaan, dan moet je hem nog steeds gehoorzamen. Muslim rapporteerde op gezag van ‘Awf Ibnu Malik Al-Ashjai’, hij zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen:
One matter that has been excluded from the obligation of obeying the ruler is when He orders a sin. This exclusion has been confirmed by text. Nafi’ reported on the authority of Ibnu ‘Umar that the Messenger of Allah (pbuh) said; “It is obligatory upon a Muslim that He should listen and obey whether He likes it or not, except when He is ordered to commit a sinful act. If He is ordered to do a sinful act, a Muslim should neither listen nor obey.” [Narrated by Muslim] The subject being addressed here is the case of a ruler ordering a Muslim to commit sin. It does not address the issue of a ruler being sinful. If the ruler committed the sin before you, without ordering you to commit it, you still have to obey him. Muslim reported on the authority of ‘Awf Ibnu Malik Al- Ashjai’, He said; “I heard the Messenger of Allah (pbuh) say:
‘De beste van jullie imams zijn degenen van wie jullie houden en die van jullie houden, en voor wie jullie bidden en die voor jullie bidden, en de slechtste van jullie imams zijn degenen van wie jullie haten en die van jullie haten en jullie hen vervloeken en zij jullie vervloeken.’ Wij vroegen: ‘O Boodschapper van Allah ﷺ, zullen wij dan niet de strijd tegen hen aanbinden?’ Hij ﷺ zei: ‘Nee, zolang zij het gebed onder jullie verrichten. Pas op! Wie een Waali (heerser) heeft aangesteld over hem en hij ziet hem een daad van ongehoorzaamheid aan Allah begaan, dan moet hij de ongehoorzaamheid van de Waali aan Allah haten, maar mag hij zijn hand niet terugtrekken uit gehoorzaamheid.’ Dit dient als een bewijs dat wat bedoeld wordt met het bevelen van een zondige daad, het bevelen van de daad zelf door de heerser is, in plaats van de heerser zelf die deze begaat. Als de heerser wordt gezien terwijl hij een zonde begaat, zou het niet toegestaan zijn hem te ongehoorzamen, maar als hij iemand beveelt om Allah te ongehoorzamen, dan mag hij niet gehoorzaamd worden, want er is geen gehoorzaamheid aan enig geschapen wezen in een daad van ongehoorzaamheid aan de Schepper.
‘The best of your Imams are those whom you love and they love you, and whom you pray for and they pray for you, and the worst of your Imams are those whom you hate and they hate you and you curse them and they curse you.’We asked; ‘O Messenger of Allah, shall we not then declare war on them?’ He (pbuh) said; ‘No, as long as they establish prayer among you. Beware! Whoever has a Waali (ruler) appointed over Him and He saw Him commit an act of disobedience to Allah, He should hate the Waali’s act of disobedience to Allah, but should not withdraw his hand from obedience.’” This serves as an evidence that what is intended by ordering a sinful act is ordering of the act itself by the ruler rather than the ruler himself committing it. If the ruler is seen committing a sin, it would not be lawful to disobey him, but if He ordered somebody to disobey Allah, then He should not be obeyed for there is no obedience to any created person in an act of disobedience to the Creator.
Dit is de enige situatie waarin ongehoorzaamheid aan de heerser rechtmatig en verplicht is, namelijk wanneer hij tot een zondige daad gebiedt. Het moet zonder twijfel worden begrepen dat wat is bevolen werkelijk een zonde is, zoals wanneer hij iemand gebiedt rente te nemen. Als zijn bevel echter is om iets te doen dat volgens zijn mening rechtmatig is, maar door anderen als onrechtmatig kan worden beschouwd, dan moet hij worden gehoorzaamd en is het niet toegestaan hem ongehoorzaam te zijn. Dit zou niet worden beschouwd als een bevel om een zonde te begaan, maar als een bevel om een rechtmatige daad te verrichten. Indien men bijvoorbeeld, tegen de eigen mening in, door de heerser wordt bevolen een foto te laten maken voor een officiële transactie, dan moet hij worden gehoorzaamd. De heerser acht namelijk dat de overlevering (Hadith) van Ibnu ‘Abbas die het maken van foto's verbiedt, verwijst naar het handmatig tekenen en schetsen, maar niet van toepassing is op de fotografische foto. Dienovereenkomstig is dit naar zijn mening een bewijs of een waarschijnlijk bewijs. Daarom is zijn bevel om een fotografische foto te gebruiken in de officiële transacties of documenten geen bevel om een zonde te begaan. Hij moet daarom worden gehoorzaamd en het zou onrechtmatig zijn hem ongehoorzaam te zijn.
This is the only case when disobedience to the ruler is lawful and obligatory, namely when He orders a sinful act. It must be known without doubt that what has been ordered is truly a sin, such as if He orders one to take usury. If however, his order is to perform something that in his opinion is lawful but may be considered unlawful by others, He should be obeyed and it is not allowed to disobey him. This would not be considered an order to commit a sin, but an order to commit a lawful act. For instance, if one is ordered, against one’s own opinion, to have a photograph taken for an official transaction by the ruler, He should be obeyed. For the ruler deems that the Hadith of Ibnu ‘Abbas that prohibits photographing refers to the manual drawing and sketching, but does not apply to the photographic picture. Accordingly, this is evidence or probable evidence in his view. Therefore, his order to use a photographic picture in the official transactions or documents is not an order to commit a sin. He should therefore be obeyed and it would be unlawful to disobey him.