13.3 Het kiezen van de leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah)
13.3 Electing the members of the Council of the Ummah
De leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) worden gekozen en niet benoemd. Zij zijn vertegenwoordigers van het volk in het uiten van meningen, en zouden moeten worden gekozen door de mensen die zij vertegenwoordigen, en mogen nooit aan hen worden opgelegd. Dit komt doordat de leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) vertegenwoordigers zijn van de meningen van het volk, of het nu om individuen of groepen gaat. Het peilen van de meningen van mensen in een groot gebied en de ongetelde massa gebeurt niet zonder dat zij vertegenwoordigers kiezen. De Boodschapper van Allah ﷺ koos degenen met wie Hij overlegde niet op basis van hun bekwaamheid, competentie en persoonlijkheid. Hij koos hen eerder op twee punten: Ten eerste: dit kwam doordat zij leiders waren onder hun volk, ongeacht hun bekwaamheid en competentie. Ten tweede: het was omdat zij de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar) vertegenwoordigden. De reden voor de aanwezigheid van de mensen van de raadpleging (Shura) is om het volk te vertegenwoordigen. Het beginsel waarop de leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) dus moeten worden gekozen, zou de vertegenwoordiging van het volk moeten zijn, zoals het geval was bij de zorgvuldige selectie van vertegenwoordigers voor de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar). Deze vertegenwoordiging van de groepen en individuen die ongeteld zijn, kan niet worden bereikt behalve door verkiezing. De leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) moeten daarom dus worden gekozen. Wat betreft het feit dat het de Boodschapper van Allah ﷺ zelf was die koos met wie Hij overlegde, dit kwam doordat het gebied waarin de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar) leefden, namelijk Madinah, klein was en omdat Hij de moslims kende. In tegenstelling hiermee waren de moslims die Hem de eed van trouw (Bay’ah) gaven bij de tweede Bay’ah van Al-Aqaba niet aan Hem bekend, en daarom liet Hij de zaak van het kiezen van de leiders aan hen over, door te zeggen:
The members of the Council of the Ummah are elected and not appointed. They are representatives of the people in the voicing of opinions, and should be chosen by the people they represent, and should never be imposed upon them. This is because the members of the Council of the Ummah are representatives of the people’s opinions, whether they are individuals or groups. To gauge the opinions of people in a large area and the uncounted folk does not come about unless they choose representatives. The Messenger of Allah (pbuh) did not choose those whom He consulted based on their ability, competence and personalities. He rather chose them on two points: Firstly: This is because they were chiefs among their folks, regardless of their ability and competence. Secondly: It is because they represented the Muhajireen and the Ansar. The reason for the presence of the people of the Shura is to represent the people. The tenet therefore upon which the Council of the Ummah members are chosen should be the representation of people, as was the case in the deliberate selection of representatives for the Muhajireen and the Ansar. This representation of the groups and individuals who are uncounted cannot be achieved except by election. The members of the Council of the Ummah have to therefore be elected. As for the fact that it was the Messenger of Allah (pbuh), himself, who chose whom He consulted, this was because the area in which lived the Muhajireen and the Ansar i.e. the Madinah, was small and because He knew the Muslims. In contrast, in the second Bay’ah of Al-Aqaba, the Muslims who gave Him the Bay’ah were not known to Him and this is why He left the matter of choosing the chiefs to them, by saying:
“Kies uit jullie twaalf leiders die verantwoordelijk zullen zijn voor zichzelf en hun volk.” Dit wordt overgeleverd in de levensgeschiedenis van de Profeet (Seerah) van Ibnu Hisham van Ka’ab bin Malik.
“Choose from among you twelve leaders who will be responsible for themselves and their people.” This is reported in the Seerah of Ibnu Hisham from Ka’ab bin Malik.
We kunnen dus concluderen dat de leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) de mening van de moslims in het algemeen vertegenwoordigen. Dit komt doordat de grondreden (Illah) waarvoor de Raad is opgericht, het vertegenwoordigen van individuen en groepen is bij het uiten van hun meningen en het ter verantwoording roepen van de heersers, en aangezien deze grondreden (Illah) niet gerealiseerd kan worden als de personen niet bekend zijn, tenzij er algemene verkiezingen zijn. Dit bewijst dat de leden van de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) verkozen moeten worden en niet benoemd.
We can thus conclude that the members of the Council of the Ummah represent the opinion of the Muslims at large. This is because the ‘Illah (reason) for which the Council is founded is to represent the individuals and groups in voicing their opinions and in holding the rulers accountable and since this Illah cannot be realised if the persons were not known unless there was a general election. This proves that the members of the Council of the Ummah should be elected and not appointed.