4.9 Het zoeken naar het kalifaat
4.9 Seeking the Khilafah
Het nastreven van het ambt van het kalifaat en het strijden om dit ambt is toegestaan voor alle moslims en het is niet afgeraden (Makruh); er is nooit een tekst aangehaald die de verbod erop aangeeft. Het is bevestigd dat de moslims erom streden in de hal van Banu Sa’ida, terwijl de Boodschapper van Allah ﷺ op zijn bed lag, nog niet begraven. Het is ook bevestigd dat de zes leden van de raadpleging (Shura), die allen vooraanstaande metgezellen (Sahabah) waren, streden om het ambt, in aanwezigheid van de metgezellen (Sahabah), en niemand had hen verweten, maar stemde juist in met deze strijd. Dit demonstreert dat een consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah) is gevestigd over de toelaatbaarheid van het strijden om het ambt van het kalifaat en de toelaatbaarheid van het aanvragen van het ambt en het campagne voeren hiervoor door het presenteren van argumenten, meningen, voorstellen etc. met als doel dat doel te bereiken. Wat betreft het verbod op het zoeken naar de Imarah (gezag) dat in de overleveringen (Hadith) voorkomt, dit verbiedt de zwakke personen, zoals Abu Dharr, die niet als geschikt hiervoor worden beschouwd. Maar degenen die geschikt zijn voor de Imarah, mogen het nastreven op basis van het bewijs van de binnenplaats van Bani Saa’idah en het incident van de zes mensen van de raadpleging (Shura). Daarom zijn de overleveringen (Hadith) specifiek voor degenen die niet gekwalificeerd zijn voor het ambt, of het nu Imarah of het kalifaat was; de Boodschapper van Allah ﷺ verwierp degene die er wel gekwalificeerd voor was, en Hij stelde degene aan die erom vroeg. Aangezien de Boodschapper ﷺ de Imarah toewees aan degene die erom vroeg, verbood Hij ﷺ het zoeken naar Imarah met betrekking tot degene die het zoekt onder degenen die niet geschikt zijn. Het was dus geen absoluut verbod.
To seek the Khilafah post and compete over it is lawful to all the Muslims and it is not Makruh; no text has ever been listed indicating its prohibition. It has been confirmed that the Muslims competed for it in the hall of Banu Sa’ida while the Messenger of Allah (pbuh) was lying on his bed still unburied. It has also been confirmed that the six members of the Shura council who were all senior Sahabah competed over the post, in the presence of the Sahabah and no one had reproached them but rather consented to this competition. This demonstrates that a consensus (‘Ijmaa’) of the Sahabah has been established about the permissibility of competing for the Khilafah post and the permissibility of applying for the post and campaigning for it by putting forward the arguments and opinions, proposals etc for the aim of achieving that goal. As for the prohbition of seeking the Imarah (authority) that came in the Ahadith, it is forbidding the weak persons, like Abu Dharr, who are not deemed suitable for it. But those who are suitable for the Imarah are permitted to seek it by the evidence of the courtyard of Bani Saa’idah and the incident of the six people of the Shura. Therefore, the Ahadith are specific to those who are not qualified for the post, whether it was Imarah or Khilafah, the Messenger of Allah (pbuh) did not reproach the one who was qualified for it, the, and He appointed the one who asked for it. Since the Messenger (pbuh) appointed the Imarah to the one who asked for it. He (pbuh) forbade the seeking of Imarah regarding the one who seeks it from those who are not suitable. Thus it was not an absolute prohibition.