Fondsen van de staat van het kalifaat
Funds of the Khilafa State
4 Fondsen
4 Funds
De eerste middelen die de moslims verkregen – nadat hen door Allah (SWT) toestemming was gegeven om te vechten, volgend op de emigratie (Hijrah) van de Boodschapper van Allah ﷺ naar Madinah, en nadat hij zijn moskee had gebouwd en begon met het steen voor steen opbouwen van de Islamitische Staat – waren de buit van de karavaan die toebehoorde aan Abdullah b. Jahsh. Deze buit bestond uit enkele kamelen van de Quraysh, beladen met leder en handelswaar, die werden ingenomen tijdens Jumada Al-Akhirah in het tweede jaar van de emigratie (Hijrah). In hetzelfde jaar, tijdens de ramadan, vond de slag bij Badr plaats, waarbij de moslims veel rijkdom en wapens verkregen, maar er ontstond onenigheid over de verdeling ervan, waarna Allah (SWT) soera Al-Anfal openbaarde, zeggende:
The first funds the Muslims gained –after permission was given to them by Allah (swt) to fight, following the Hijra of the Messenger of Allah (saw) to Madinah, and after he built his mosque and began building the Islamic State brick by brick –was the booty of the caravan belonging to Abdullah b. Jahsh. This booty was some of the camels belonging to Quraysh and loaded with leathers and trading goods, taken during Jumada Al-Akhirah in the second year of Hijra. In the same year, during Ramadhan, the battle of Badr took place, where the Muslims acquired much wealth and weaponry but disputed in its distribution, so Allah (swt) revealed Surah Al-Anfal, saying:
“Zij vragen u over de buit. Zeg: “(Dergelijke) buit behoort toe aan Allah (SWT) en de Boodschapper ﷺ...” [Al-Anfal:1]
“They ask you concerning (the) spoils of war. Say: “(Such) spoils are at the disposal of Allah (swt) and the Messenger (saw)...” [Al-Anfal:1]
Zo maakte Allah (SWT) de verdeling tot de verantwoordelijkheid van de Boodschapper van Allah ﷺ, die het verdeelde zonder het vijfde deel in te houden. Vervolgens namen de moslims de buit van Bani Qaynuqa’ in beslag, nadat zij het verbond hadden geschonden, en de Boodschapper van Allah ﷺ verbande hen naar Azra’rat in Ash-Sham. Dit volgde Badr met één maand, dus hij verdeelde de buit en hield het vijfde deel in overeenstemming met het vers (Ayah) betreffende de oorlogsbuit, dat na Badr werd geopenbaard:
Thus, Allah (swt) made it’s distribution the responsibility of the Messenger of Allah (saw) , who divided it, without taking out the fifth. Then the Muslims seized the booty of Bani Qaynuqa’, after having violated the covenant, and the Messenger of Allah (saw) banished them to Azra’rat in Ash-Sham. This followed Badr by one month, so he divided the booty and took out the fifth in accordance to the Ayah regarding the spoils of war, revealed after Badr:
“En weet dat van alle buit die jullie mogen verwerven (in oorlog), een vijfde deel is toegewezen aan Allah (SWT) en aan de Boodschapper ﷺ, en aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen en de reiziger.” [Al-Anfal: 41]
“And know that out of all the booty that you may acquire (in war), a fifth share is assigned to Allah (swt) and to the Messenger (saw), and to the close relatives, orphans, the needy, and the wayfarer.” [Al-Anfal: 41]
Het eerste land dat werd veroverd door de Boodschapper ﷺ was het land van Bani Al-Nadheer, nadat zij het verbond hadden geschonden, volgend op de slag van Uhud. Hij belegerde hen vijftien nachten, waarna hij vrede met hen sloot op de voorwaarde dat zij Madinah zouden verlaten, waarbij zij slechts mee mochten nemen wat zij op hun kamelen konden laden, met uitsluiting van wapens en diverse oorlogsuitrusting. De Boodschapper van Allah ﷺ verdeelde hun rijkdom, met uitsluiting van hun land, onder de vroege emigranten (Muhajirun), en gaf niets aan de helpers (Ansar), behalve aan Sahl b. Hunaif en Abu Dajana Samak b. Kharsha, aangezien zij hun staat van armoede hadden vermeld, zodat hij hen van de buit gaf. Hij reserveerde de landen, waarbij hij een jaarvoorraad aan levensonderhoud voor zijn gezin uit de opbrengst nam, en wijdde wat daarvan overbleef aan de dieren die voor de oorlog werden gebruikt en de wapens die voor jihad werden gebruikt. Tijdens deze strijd werd soera Al-Hashr geopenbaard, waarin Allah (SWT) zei:
The first land opened by the Messenger (saw) was the land of Bani Al- Nadheer, after having violated the covenant, following the battle of Uhud. So he besieged them for fifteen nights, then made peace with them on condition that they leave Madinah, taking only what they can load onto their camels, excluding the arms and the various weaponry. The Messenger of Allah (saw) divided their wealth, excluding their lands, between the early Muhajireen, giving none to the Ansar, except for Sahl b. Hunaif and Abu Dajana Samak b. Kharsha, since they mentioned their state of poverty, so he gave them of the booty. He reserved the lands, taking from it a year’s worth of sustenance to his family, dedicating what remained of that to the animals used for war and the weaponry used for Jihad. In this battle Surat Al- Hashr was revealed, where Allah (swt) said:
“Wat Allah (SWT) aan Zijn Boodschapper ﷺ van hen heeft geschonken, daarvoor heb jij geen expeditie ondernomen met noch cavalerie noch kamelen, maar Allah (SWT) geeft kracht aan Zijn Boodschapper ﷺ over wie Hij maar wil; en Allah (SWT) heeft macht over alle dingen.” [Al-Hashr: 6]
“What Allah (swt) has bestowed on His Messenger (saw) from them, for this you made no expedition with either cavalry or camels, but Allah (swt) gives power to His Messenger (saw)s over any He pleases; and Allah (swt) has power over all things.” [Al-Hashr: 6]
Zo wijdde Allah (SWT) dit alles aan de Boodschapper ﷺ alleen. Hierop volgde de strijd tegen Bani Qurayzha, nadat zij het verbond hadden geschonden, de moslims hadden verraden en de zijde van de tegenstander hadden gekozen in de strijd van Al-Khandaq (De Gracht). De Boodschapper van Allah ﷺ verdeelde hun rijkdom onder de moslims en wijdde aan elke ruiter drie delen en aan elke voetman één deel. Later kwam de strijd van Khaybar, nadat de Profeet ﷺ het vredesverdrag met Quraysh in Hudaybia had gesloten, waardoor Allah (SWT) Khaybar met geweld opende voor Zijn Boodschapper ﷺ en de moslims, en hen het eigendom gaf over hun land, huizen en rijkdom. De Profeet ﷺ verdeelde vervolgens de buit en de landen, waarbij hij het vijfde deel uittrok. Hij verdeelde het land in 1800 delen en 18 secties, waarbij elke sectie 100 delen had, en stemde met de bewoners overeen om de helft van de vruchten en granen die het land voortbracht te nemen. Na de overwinning van Khaybar kwamen de mensen van Fadak naar de Profeet van Allah ﷺ, waarna hij vrede met hen sloot, op voorwaarde dat hij de helft van hun land en dadelbomen zou nemen, waar zij aan zouden blijven werken, terwijl hij de andere helft voor hen behield. Zo werd de helft van Fadak volledig aan de Boodschapper van Allah ﷺ toegewezen, omdat het zonder geweld was verkregen, en hij gaf alles wat hij daarvan ontving als liefdadigheid uit. Hetzelfde gold voor de mensen van Wadi Al-Qura; hij sloot vrede met hen nadat hij hun land met geweld had veroverd, op voorwaarde dat hij hun land onder hun controle hield, vergelijkbaar met wat hij met de mensen van Khaybar had afgesproken. Wat de mensen van Tima’ betreft, zij sloten vrede met de Profeet ﷺ door hem een hoofdelijke belasting (Jizyah) te betalen, waarbij zij hun land en gebied behielden.
Thus, Allah (swt) dedicated all of it to the Messenger (saw) alone. After this was the battle of Bani Qurayzha, after they had violated the covenant, betrayed the Muslims, and sided with the opposing tribes in the battle of Al-Khandaq (The Ditch). So the Messenger of Allah (saw) divided their wealth between the Muslims and dedicated to each rider three shares and to each footman one share. Later on the battle of Khaybar came, after the Prophet (saw) concluded the peace treaty with Quraysh in Hudaybia, thus Allah (swt) opened Khaybar for His Messenger (saw) and the Muslims by force, giving them ownership over their land, homes and wealth. The Prophet (saw) then divided the spoils and lands taking out the fifth. He divided the land into 1800 shares and 18 sections, each section having 100 shares, and agreed with its people to take half of what the land produced of fruits and grains. After the victory of Khaybar, the people of Fadak came to the Prophet of Allah (saw) where he made peace with them, on condition that he take half of their land and date trees, on which they continue to work and he leaves the other half for them to keep. So half of Fadak was made completely for the Messenger of Allah (saw) , because it was gained without force, and he used to spend whatever would come to him of it as charity. Similarly with the people of Wadi Al-Qura, he made peace with them after he opened their land by force, on condition that he keeps their land under their control, similar to what he concluded with the people of Khaybar. As for the people of Tima’, they made peace with the Prophet (saw) by paying him Jizya, keeping their country and land to them.
Na de verovering van Makkah kwam de slag van Hunayn, waarbij de Boodschapper van Allah ﷺ hun rijkdom verdeelde en hun vrouwen en kinderen vrijliet, nadat gezanten van Hawazin hierom hadden gesmeekt. En in de slag van Tabuk sloot de Profeet ﷺ vrede met Yahya b. Ru’ba, de leider van Al-Aqaba – en hij was een christen – op de voorwaarde dat hij de hoofdelijke belasting (Jizyah) betaalt, en hij sloot vrede met de mensen van Azrah, Jarba en Maqna – en zij waren Joden – op de voorwaarde dat zij eveneens de hoofdelijke belasting (Jizyah) zouden betalen. Hij sloot ook vrede met Akidra, het christelijke hoofd van Domat-Al-Jandal, op voorwaarde van het betalen van de hoofdelijke belasting (Jizyah) nadat hij was gearresteerd door Khalid b. Al-Walid en vergeven was door de Profeet ﷺ.
After the conquering of Makkah came the battle of Hunayn, where the Messenger of Allah (saw) divided their wealth and released their women and children, after envoys from Hawazin appealed for this. And in the battle of Tabuk, the Prophet (saw) made peace with Yahya b. Ru’ba, the leader of Al- Aqaba, –and he was a Christian –on the condition that he pays the Jizya, and he made peace with the people of Azrah and Jarba and Maqna –and they were Jews –on the condition that they pay the Jizya as well. He also made peace with Akidra, the Christian head of Domat-Al-Jandal, on paying the Jizya after being arrested by Khalid b. Al-Walid and forgiven by the Prophet (saw).
Toen kwamen de gezanten van Najran en Al-Yemen, waarbij eenieder van hen die moslim werd, werd bevolen de armenbelasting (Zakah) te betalen, en eenieder die christen of jood bleef, verplicht was de hoofdelijke belasting (Jizyah) te betalen, nadat het vers betreffende de hoofdelijke belasting (Jizyah) was geopenbaard en de armenbelasting (Zakah) verplicht werd. Tijdens deze veldslagen reserveerde de Boodschapper van Allah ﷺ de (Naqi’) voor de kamelen van de liefdadigheid en de kamelen en strijdpaarden voor jihad. Hij bepaalde ook de mineralen, het water, de opbrengst van graasland en vuur als publiek eigendom voor alle moslims. Nadat de Boodschapper van Allah ﷺ was overleden en Abu Bakr het overnam, en daarna ‘Umar, volgden de veroveringen en brachten zij grote rijkdommen voort, uit oorlogsbuit, hoofdelijke belasting (Jizyah) en grondbelasting (Kharaj), die allemaal vloeiden naar de staatskas (Bayt al-Mal) van de moslims in Madinah.
Then came the envoys of Najran and Al-Yemen, where whoever of them became Muslim was enjoined to pay Zakat, and whoever remained a Christian or a Jew were obliged to pay the Jizya, after the verse regarding the Jizya was revealed, and Zakat became obligatory. During these battles the Messenger of Allah (saw) reserved the (Naqi’) for the camels of charity and the camels and steeds of war for Jihad. He also designated the minerals, water, the produce of grazing land and fire as public property for all Muslims. After the Messenger of Allah (saw) passed away and Abu Bakr took over, then ‘Umar, the conquests followed and brought great wealth, from spoils of war, Jizya and Kharaj, all pouring into the Bait ul-mal of the Muslims in Madinah.
In deze korte samenvatting krijgen we een beeld van het type middelen dat de staatskas (Bayt al-Mal) van de moslims bereikte, en die Allah (SWT) voor hen toegestaan heeft gemaakt, en het recht aan de staatskas (Bayt al-Mal) heeft toegekend om te worden uitgegeven aan wat de goddelijke regels hebben bepaald. Dit was volgens de zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad) van de kalief met betrekking tot wat hij het meest passend acht voor het belang van de moslims en voor het zorg dragen voor hun zaken.
In this quick summary we can get a picture of the type of funds that reached the Bait ul-mal of the Muslims, and which Allah (swt) has made permissible for them, and made the right due to the Bait ul-Mal, to be spent on whatever the divine rules decreed. This was according to the Ijtihad of the Khalifah regarding what he sees most fitting for the interest of the Muslims and for looking after their affairs.
Daarop bestaan de middelen in de staat van het kalifaat uit de volgende soorten:
Thereupon, funds in the Khilafah State are made up of the following types:
De buit en de oorlogsbuit, Al-Fai’ en het vijfde deel.
u The booties and the spoils of war, Al-Fai’ and the fifth.
u Al-Kharaj. u Al-Jizya.
u Al-Kharaj. u Al-Jizya.
u Publiek eigendom (in al zijn vormen).
u Public property (in all its forms).
Staatseigendom van land, gebouwen, nutsvoorzieningen en hun inkomsten.
u State property of land, buildings, utilities and their revenues.
u Al-‘Ushur.
u Al-‘Ushur.
Geld verkregen op illegale wijze door de heersers, de staatsambtenaren, illegaal geld en geld uit boetes.
u Money attained illegaly by the rulers, the employees of the State, illicit money and money from penalties.
Het vijfde deel van Al-Rikaz (verborgen schatten) en mineralen.
u The fifth of Al-Rikaz (hidden treasures) and minerals.
De erfenis van degene die geen erfgenamen heeft.
u The inheritance property of the one who has no inheritors.
Het eigendom van afvalligen.
u The property of apostates.
Belastinggelden. Charitiefonds – armenbelasting (Zakah).
u Tax funds. u Charity funds – Zakat.
We zullen elk van deze verschillende soorten bespreken om de werkelijkheid ervan te begrijpen, wie bevoegd is om erover te beschikken, de wijze van besteding, het gebied van de besteding en wie hiervoor in aanmerking komt.
We will discuss each of these different types to understand its reality, who is entitled to dispose of it, the manner of expenditure, the area of its expenditure and who are eligible of it.