1.2 De vitale kwesties volgens de Islam
1.2 The vital issues according to Islam
Indien men het Boek en de profetische traditie (Sunnah) zou bestuderen, zou men vinden dat de islam deze vitale kwesties op een expliciete wijze heeft vastgesteld, en dat de verplichte maatregel jegens deze kwesties is bepaald als een zaak van leven of dood. De islam heeft bijvoorbeeld afvalligheid van de islam, hetzij door een individu of een groep, als een vitale kwestie beschouwd. Het heeft de maatregel die jegens deze wordt genomen als een zaak van leven of dood bepaald, zijnde ofwel berouw of de dood. Hiermee heeft de islam zowel de kwestie als de maatregel vastgesteld. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Hij die zijn religie (Deen) verandert, moet gedood worden.” Er is ook overgeleverd op gezag van Ibn Mas’ud, die zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: Het bloed van een moslim die verkondigt dat er geen god is dan Allah en dat ik de Boodschapper van Allah ben, is niet onschendbaar behalve in drie gevallen: de overspelige, de moordenaar van een ander persoon en de afvallige die de groep verlaat.” Deze kwestie was voor de moslims een dominant concept en een feit waaraan zij zich met een stevige greep vasthielden. De moslims pasten dit toe, zij doodden dus de afvallige die weigerde berouw te tonen. De metgezellen (Sahabah) deden dit in Jemen tijdens het leven van de Boodschapper van Allah ﷺ, zij deden dit ook na hem ﷺ, en degenen die hen opvolgden deden hetzelfde. In de overlevering (Hadith) van Abu Musa wordt overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ tegen hem zei: “Ga naar Jemen!” Vervolgens stuurde hij ﷺ Mu’adh ibn Jabal om zich bij hem te voegen. Toen hij hem bereikte, wierp Abu Musa een kussen naar hem en zei tegen hem: “Stap af (van je kameel).” Terwijl Mu’adh op het punt stond af te stappen, merkte hij een man op die vastgebonden was; hij vroeg: “Wat is dit?” Abu Musa antwoordde: “Hij was een Jood, hij bekeerde zich daarna tot de islam en daarna werd hij opnieuw een Jood.” Hierop zei Mu’adh tegen hem: “Ik zal niet gaan zitten totdat hij gedood is. Hij die zijn religie (Deen) herroept, moet gedood worden.” Abu Dawud rapporteerde dit als volgt: “Een man die de islam had verlaten, werd naar Abu Musa gebracht, dus nodigde hij hem ongeveer twintig nachten lang uit om berouw te tonen; toen kwam Mu’adh en nodigde hem uit om berouw te tonen, maar hij weigerde, dus sloeg hij zijn nek door.” Al-Darqutni en Al-Bayhaqi haalden het volgende naar voren: “Abu Bakr nodigde een vrouw genaamd Umm Qarfah uit om berouw te tonen, nadat zij de islam had aanvaard en daarna was afvallig geworden, maar zij weigerde berouw te tonen, dus doodde hij haar.” Ook, toen veel van de Arabische stammen afvallig werden, volgend naar Musaylamah de valse profeet, zwaaide Abu Bakr (r.a.) het zwaard tegen hen en vocht hij tegen hen totdat hij hen terugbracht naar de religie (Deen) van de islam.
If one were to review the Book and the Sunnah, he would find that Islam has determined these vital issues in an explicit manner and, determined the compulsory measure towards them as being a matter of life and death. Islam has for instance considered apostasy from Islam, be it by an individual or a group, as a vital issue. It has made the measure undertaken towards it one of life and death, that is either repentance or death. Hence, Islam has determined the issue and also the measure. The Messenger of Allah (saw) said, “He who changes his Deen must be killed.” It is also reported on the authority of Ibn Mas’ud who said, “The Messenger of Allah (saw) said, The blood of a Muslim person who professes that there is no god but Allah and that I am the messenger of Allah is not violable except in three instances: the adulterer, the slayer of another person and the apostate who abandons the group.” This issue was to the Muslims a dominant concept and a fact to which they held onto with a tight grip. The Muslims used to implement it, thus they would kill the apostate who refused to repent. The Sahabah did this in Yemen in the lifetime of the Messenger of Allah (saw), they also did this after him (saw) and those who succeeded them did the same. In the Hadith of Abu Musa, it is reported that the Messenger of Allah (saw) said to him, “Go to Yemen!” Then he (saw) sent Mu’adh ibn Jabal to join him. When he reached him Abu Musa threw him a pillow and said to him: “Get down.(from your camel)” As Mu’adh was about to dismount, he noticed a man who was tied up; so he asked: “What is this?” Abu Musa replied: “He had been a Jew, he then embraced Islam and then he Judaised again.” Upon this Mu’adh said to him: “I shall not sit until he is killed. He who revokes his Deen must be killed.” Abu Dawud reported this as follows: “A man who apostasised from Islam was brought to Abu Musa, so he invited him to repent for twenty nights or so; then Mu’adh came and invited him to repent but he refused so he struck his neck.” Al-Darqutni and Al-Bayhaqi extracted the following: “Abu Bakr invited a woman called Umm Qarfah to repent, having embraced Islam and then apostasised, but she refused to repent, so he killed her..” Also, when many of the Arab tribes apostasised, following Musaylamah the false prophet, Abu Bakr (r.a.) brandished the sword against them and fought them until he brought them back to the fold of Islam.
Er wordt in Al-Fateh overgeleverd op gezag van Abdullah ibn Sharik, op basis van zijn vader, die zei: “Er werd tot ‘Ali (r.a.) gezegd: ‘Er zijn mensen hier bij de deur van de moskee die beweren dat jij hun god bent.’ Dus riep hij (r.a.) hen bij elkaar en zei tegen hen: ‘Wee jullie! Wat zeggen jullie?’ Zij zeiden: ‘Jij bent onze god, onze schepper en onze onderhouder.’ Hij zei: ‘Wee jullie, ik ben slechts een dienaar zoals jullie. Ik eet net zoals jullie en ik drink net zoals jullie doen. Als ik Allah gehoorzaam, zal Hij mij belonen als Hij dat wenst, en als ik Hem ongehoorzaam ben, vrees ik dat Hij mij straft, dus vrees Allah en kom tot berouw.’ Zij weigerden nog steeds berouw te tonen. De volgende dag werden zij naar hem gebracht en Qanbar kwam en zei: ‘Bij Allah, zij gingen terug naar hetzelfde zeggen.’ Dus ‘Ali (r.a.) zei: ‘Laat hen binnen.’ Dus zij zeiden opnieuw hetzelfde. Op de derde dag zei ‘Ali (r.a.) tegen hen: ‘Als jullie hetzelfde nogmaals zeggen, zal ik jullie op de slechtst mogelijke manier doden.’ Zij weigerden nog steeds. Dus ‘Ali beval dat er een gat voor hen gegraven moest worden tussen de ingang van de moskee en het paleis; daarna beval hij dat er hout in het gat gegooid moest worden en aangestoken moest worden. Hij zei toen tegen hen: ‘Ik zal jullie erin gooien als jullie niet berouw tonen.’ Zij weigerden nog steeds, dus gooide hij hen erin.” Toen Ibn ‘Abbas (r.a.) hoorde van hun verbranding, uitte hij zijn onenigheid over hun verbranding en zei dat zij gedood hadden moeten worden. Akrama rapporteerde: “Een groep afvalligen werd gebracht naar de leider (Ameer) van de gelovigen ‘Ali (r.a.), dus hij verbrandde hen; Ibn ‘Abbas (r.a.) hoorde hiervan en zei: ‘Als ik hem was geweest, zou ik hen niet hebben verbrand, omdat de Boodschapper van Allah ﷺ dit heeft verboden door te zeggen: ‘Straf niet met de straf van Allah.’ Ik zou hen gedood hebben, omdat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Hij die zijn religie (Deen) verandert, moet gedood worden.’” In de dagen van Al-Mahdi nam het aantal atheïsten en afvalligen toe; en hij nodigde hen uit om berouw te tonen, en wie weigerde, werd gedood. Al-Mahdi doodde een aanzienlijk aantal van hen.
It is reported in Al-Fateh on the authority of Abdullah ibn Sharik on that of his father who said: “It was said to ‘Ali (r.a.): ‘There are people here at the door of the mosque who claim that you are their god’. So he (r.a.) summoned them and said to them: ‘Woe to you! What are you saying?’ They said: ‘You are our god, our creator and our provider.’ He said: ‘Woe to you, I am but a servant like you. I eat just like you and I drink just like you do. If I obeyed Allah He would reward me if He wished, and if I disobeyed Him I feared that He punished me so fear Allah and repent’. They still refused to repent. On the following day, they were brought to him and Qanbar came and said: ‘By Allah they went back to saying the same thing’. So ‘Ali (r.a.) said: ‘Let them in’. So they again said the same thing. On the third day ‘Ali (r.a.) said to them: ‘If you were to say the same thing again I shall kill you in the worst possible way’. They still refused. So ‘Ali ordered for a hole to be dug for them between the entrance of the mosque and the palace; then he ordered for wood to be thrown in the hole and lit up. He then said to them: ‘I shall throw you in if you do not repent’. They still refused, so he threw them in.” When Ibn ‘Abbas (r.a.) heard of their burning, he expressed his disagreement over their burning and said that they should have been killed. Akrama reported: “A group of apostates were brought to the Amir of the believers ‘Ali (r.a.) so he burnt them; Ibn ‘Abbas (r.a.) heard of this and said: ‘If I had been him, I would not have burnt them because the Messenger of Allah (saw) has prohibited this by saying: ‘Do not punish with the punishment of Allah’. I would have killed them because the Messenger of Allah (saw) said, ‘He who changes his Deen must be killed.’” In the days of Al-Mahdi the number of atheists and apostates increased; and he used to invite them to repent, and he who refused used to be killed. Al-Mahdi killed a considerable number from them.
Daarom doodden de moslims, onder wie de metgezellen (Sahabah), degenen die hen opvolgden en de Khulafaa’, de afvallige. Zij waren standvastig in deze zaak zonder enige versoepeling. Echter, toen de Khulafaa’ zwak werden en het begrip van de islam eveneens verzwakte, trad er versoepeling op in het doden van de afvallige, totdat atheïsme en afvalligheid zich verspreidden en dit het punt bereikte waarop sommige afvalligen groepen vormden en een religie (Deen) aannamen die vreemd was aan de islam. Als gevolg hiervan sloop de angst in de harten van de moslims, ondanks het feit dat dit enerzijds een vitale kwestie was en anderzijds een zaak waarin tussenkomst en vergeving uitgesloten waren.
Hence, the Muslims, among them the Sahabah, those who succeeded them and the Khulafaa’ used to kill the apostate. They were firm in the matter without any slackness. However, when the Khulafaa’ became weak and the understanding of Islam also weakened, slackness in the killing of the apostate occurred, until atheism and apostasy spread and this reached the point where some of the apostates established groups and adopted a Deen alien to Islam. As a consequence, the fear crept into the hearts of the Muslims, despite the fact that this was a vital issue on the one hand and a matter in which intercession and forgiveness were out of the question on the other hand.
Het was daarom niet verrassend voor een man als Mustafa Kemal om de oorlog te verklaren aan de islam, oftewel de islam te verlaten door afvalligheid, zonder dat er iemand was om de regel van de sharia op hem toe te passen; omdat de kwestie van afvalligheid geen vitale kwestie meer was, en dit is wat er gebeurde. Daarom is het noodzakelijk om deze kwestie terug te plaatsen op haar rechtmatige plek en het als een vitale kwestie te beschouwen, door elke afvallige te doden, zelfs als zij miljoenen zouden tellen.
Hence, it was not surprising for a man like Mustafa Kemal to declare war against Islam, i.e. apostasise from Islam with no one to execute the rule of Shari’ah upon him; because the issue of apostasy was no longer a vital issue, and this is what happened. Therefore, it is imperative to put back this issue in its rightful place and consider it to be a vital issue, by killing every apostate, even if they numbered millions.
Dit betekent echter niet dat we laks kunnen zijn in het oordelen dat iemand een afvallige is omdat hij een twijfelachtige mening koestert; we moeten besluitvaardig zeker zijn voordat we hem kunnen oordelen als een ongelovige (Kafir) en een afvallige. Als wat hij zegt hem voor 99% een afvallige maakt en 1% hem geen afvallige maakt, dan moet die 1% de overhand krijgen en moet hij als een moslim worden beschouwd, en mag hij niet als een afvallige worden veroordeeld. Dit komt doordat de moslim in essentie een moslim is en hij niet mag worden veroordeeld als een ongelovige (Kafir) of een afvallige, tenzij dit onomstotelijk vaststaat. Evenzo mogen we geen excuses voor hem zoeken of voorwendselen aanwenden om de regel van afvalligheid van hem af te halen als hij onomstotelijk een afvallige is, omdat dit de maatstaf van leven en dood die in een vitale kwestie moet worden toegepast, zou belemmeren.
However, this does not mean that we can be casual in judging a person to be an apostate because he carries a doubtful opinion; we ought to be decisively certain before we can judge him to be a Kafir and an apostate. If what he says makes him 99% an apostate and 1% does not make an apostate, then the 1% should take precedence and he should be considered a Muslim, and he should not be judged as an apostate. This is because the Muslim in essence is a Muslim and he should not be judged to be a Kafir or an apostate unless this was conclusive. Likewise, we should not make excuses for him or seek pretexts to remove the rule of apostasy from him if he were conclusively an apostate, because this would impede the measure of life and death to be undertaken in a vital issue.
Indien een moslim derhalve iets pleegt dat hem tot een afvallige maakt, zoals het bidden in een kerk, samen met de christenen en op de wijze waarop zij bidden, of indien hij iets uitspreekt dat hem tot een afvallige maakt, zoals: “Het verhaal van Ibrahim dat in de Qur’an wordt vermeld, is niet door de geschiedenis overgeleverd, dus het is een vals verhaal”, of indien hij gelooft in datgene wat hem tot een afvallige maakt, zoals het geloven dat de Islam niet geldig is voor deze tijd, of zoals het geloven in de scheiding van de religie (Deen) van de staat, of indien hij twijfelt aan een onomstotelijk feit, waardoor hij een afvallige wordt, zoals het twijfelen aan het feit dat de Qur’an het woord van Allah is, in al deze gevallen en in andere soortgelijke gevallen, dan zou hij onomstotelijk een afvallige worden. Dan moet de kwestie als een vitale zaak worden behandeld, en moet de maatstaf van leven en dood worden toegepast, namelijk: ofwel berouw, ofwel de dood.
Therefore, if a Muslim were to perpetrate that which renders him an apostate, such as praying in a church, with the Christians and in the way they pray, or if he were to utter something that renders him an apostate, such as: “The story of Ibrahim mentioned in the Qur’an was not narrated by history, thus it is a false story”, or if he were to believe in that which renders him an apostate, such as believing that Islam is not valid for this age, or such as believing in the separation of the Deen from the state, or if he were to doubt a conclusive fact, thus becoming an apostate, such as doubting that the Qur’an is the word of Allah, in all such cases and in other similar cases, he would conclusively become an apostate. Then the issue must be treated as a vital one, and the measure of life and death must be undertaken towards it, i.e. either repentance or death.
Evenzo heeft de Islam de eenheid van de islamitische moslimgemeenschap (Ummah) en de eenheid van de Staat tot een van de vitale kwesties gemaakt, en de maatregelen die daartoe worden genomen tot een kwestie van leven of dood; op deze wijze heeft het de kwestie en de maatregel bepaald.
Likewise, Islam has made the unity of the Islamic Ummah and the unity of the State one of the vital issues, and made the measure undertaken towards it a measure of life and death; thus it has determined the issue and the measure.
Dit manifesteert zich in twee gevallen: het ene is de kwestie van de veelheid van Khulafaa’ en het andere is de kwestie van de rebellen. Er is overgeleverd op gezag van Abdullah ibn Amr ibn al-’Aas dat hij de Boodschapper van Allah ﷺ hoorde zeggen: “Hij die zijn eed van trouw (Bay’ah) heeft afgelegd aan een imam door hem de handdruk van zijn hand en de vrucht van zijn hart te geven, zal hem gehoorzamen zolang hij kan, en als een ander komt om met hem in strijd te gaan, dan moet je de nek van die man slaan.” Er is ook overgeleverd op gezag van Abu Said Al-Khudri dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Als er een Bay’ah is afgenomen voor twee kaliefen, dood dan de laatste van hen.” Hiermee maakte hij ﷺ de eenheid van de Staat een essentieel vraagstuk, toen hij de veelheid van de Khulafaa’ verbood en het doden beval van degene die probeert een veelheid in het kalifaat (Khilafah) te vestigen, tenzij hij zijn standpunt terugneemt. Er is ook overgeleverd op gezag van Arfaja die zei: ‘Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen: “Hij die naar jullie toe komt terwijl jullie aangelegenheid onder één man verenigd is, met de bedoeling om een wig tussen jullie te drijven of jullie groep (Jama’ah) te versplinteren, dood hem.”’ Hiermee maakte hij ﷺ de kwestie van de eenheid van de moslimgemeenschap (Ummah) en de kwestie van de eenheid van de Staat een essentieel vraagstuk, toen hij de versplintering van de groep verbood en het doden beval van degene die probeert dit te doen, tenzij hij zijn standpunt terugneemt.
This is manifested in two cases: one is the issue of the plurality of Khulafaa’ and the other is the issue of the rebels. It has been reported on the authority of Abdullah ibn Amr ibn al-’Aas that he heard the Messenger of Allah (saw) say: “He who pledged his Bay’ah (oath) to an Imam giving him the clasp of his hand and the fruit of his heart shall obey him as long as he can, and if another comes to dispute with him, you must strike the neck of that man.” It has also been reported on the authority of Abu Said Al-Khudri that the Messenger of Allah (saw) said: “If a Bay’ah has been taken for two Khaleefah’s, kill the latter of them.” Hence, he (saw) made the unity of the State a vital issue when he prohibited the plurality of the Khulafaa’ and ordered the killing of the one who attempts to establish a plurality in the Khilafah, unless he retracts. It has also been reported on the authority of Arfaja who said: ‘I heard the Messenger of Allah (saw) say: “He who comes to you while your affair has been united under one man, intending to drive a wedge between you or fragment your group (Jama’ah), kill him.” Hence, he (saw) made the issue of the Ummah’s unity and the issue of the State’s unity a vital issue when he prohibited the fragmentation of the group and ordered the killing of he who attempts to do so, unless he retracts.
Wat de rebellen betreft, zegt Allah (SWT):
As for the rebels, Allah (swt) says:
“Als er twee groepen van de gelovigen in een geschil terechtkomen, bemiddel dan tussen hen; en als de een tegen de ander onrecht doet, bevecht dan de een die onrecht doet totdat hij de bevel van Allah gehoorzaamt” (TMQ al-Hujurat, vers 9). Dit is omdat zodra de Imamah van de moslims is gevestigd, wat betekent wanneer er een kalief voor de moslims is gekozen, rebellie tegen hem verboden is, vanwege het feit dat rebellie leidt tot de verdeeldheid van de moslims, het vergieten van hun bloed en het verspillen van hun rijkdom. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wie rebelleert tegen mijn moslimgemeenschap (Ummah) terwijl zij verenigd zijn, sla dan zijn nek met het zwaard, wie hij ook mag zijn.” Daarom worden degenen die zich afscheiden van de imam als rebellen beschouwd. Zij moeten worden uitgenodigd om berouw te tonen en hun twijfels moeten worden weggenomen, maar als zij volharden, moeten zij worden gedood.
“If two factions from among the believers fall into a quarrel, make peace between them; and if one of them transgresses against the other, then fight the one that transgresses until it complies with the Command of Allah” (TMQ al-Hujarat, verse 9). This is because once the Imamah of the Muslims has been established, meaning when a Khaleefah for the Muslims has been chosen, rebellion against him is forbidden, due to the fact that rebellion leads to the disunity of the Muslims, the shedding of their blood and the squandering of their wealth. The Messenger of Allah (saw) said, “He who rebels against my Ummah while they are united strike his neck with the sword whoever he may be.” Hence, those who separate from the Imam are considered rebels. They should be invited to repent and their doubts should be dissipated, but if they persist, they should be killed.
Door het verbieden van de versnippering van de staat en de rebellie daartegen, en door het verbieden van de verdeeldheid binnen de moslimgemeenschap (Ummah), wordt de eenheid van de staat en die van de moslimgemeenschap (Ummah) een vitale kwestie, omdat Allah (SWT) heeft bepaald dat de maatregel die jegens hen wordt genomen een kwestie van leven of dood is. Daarom dient hij die een dergelijke daad pleegt, ofwel berouw te tonen, ofwel gedood te worden. De moslims hadden dit toegepast en beschouwden het als behorend tot de belangrijkste en meest kritieke zaken. Zij waren hierin nooit mild geweest tegenover welke moslim dan ook, wie hij ook mocht zijn; zo was ‘Ali (r.a.) nooit mild geweest tegenover Mu’awiyyah. Bovendien waren ‘Ali (r.a.), de Omajjaden en de Abbasiden nooit mild geweest tegenover de Khawarij, en de vastgestelde feiten die hier betrekking op hebben zijn talloze. Echter, toen het kalifaat zwak werd en het begrip van de Islam afnam, bleven moslims zwijgend over het afsplitsen van islamitische gebieden van het lichaam van het kalifaat. Zo werd er een wig tussen de moslims gedreven en veranderden zij in verschillende staten. Dit ondanks het feit dat het afsplitsen van welk land dan ook van het lichaam van de staat een vitale kwestie is die ofwel de bekering van de rebellen vereist, ofwel het voeren van oorlog tegen hen, ongeacht de kosten in levens of rijkdom.
By prohibiting the plurality of the state and the rebellion against it, and by prohibiting the division of the Ummah, the unity of State and that of the Ummah becomes a vital issue, because Allah (swt) has decreed that the measure to be undertaken towards them is a measure of life and death. Hence, he who perpetrates such an act should either repent or be killed. The Muslims had implemented this and used to consider it to be amongst the most important and most critical of matters. They never used to be lenient in this towards any Muslim whoever he might have been, thus ‘Ali (r.a.) was never lenient with Mu’awiyyah. Moreover, ‘Ali (r.a.), the Umayyads and the Abbasids were never lenient with the Khawarij, and the established facts pertaining to this are innumerable. However, when the Khilafah became weak and the understanding of Islam declined, Muslims kept silent over the breakaway of Islamic lands from the body of the Khilafah. Thus a wedge was driven between the Muslims and they turned into several states. This is despite the fact that the breakaway of any land from the body of the State is a vital issue that stipulates either the repentance of the rebels, or the waging of war against them, regardless of the cost in lives or wealth.
De situatie bereikte het punt waarop moslims in verschillende staten leefden en het kalifaat een van deze staten werd; de situatie verslechterde zelfs tot het punt waarop sommige moslims begonnen te pleiten voor een islamitische bond, wat inhield dat de staat van het kalifaat overeenkomsten zou sluiten met de staten die zich van haar hadden afgescheiden. Zo zou de staat van het kalifaat hun afscheiding en het worden van verschillende staten goedkeuren; oftewel, het ondersteunen van de verdeeldheid van de moslims zodat zij veranderen in verschillende volkeren en naties, ondanks het feit dat dit een vitale kwestie was en ondanks de expliciete overleveringen (Hadith) over berouw of de dood. Het kwam daarom niet als een verrassing toen Mustafa Kemal de ontleding van Turkije van de rest van de islamitische landen verklaarde, en zelfs zijn goedkeuring uitsprak voor het overdragen van de islamitische landen aan de ongeloof (Kufr) staten om over hun lot te beslissen, omdat de kwestie werd gedegradeerd van het niveau van een vitale kwestie. Zo vond de ramp plaats en werden de moslims onverschillig tegenover het feit dat zij in verschillende staten moesten leven, en verdeeld moesten worden in verschillende volkeren en naties. Dit kwam enkel doordat de kwestie van de eenheid van de moslimgemeenschap (Ummah) en de kwestie van de eenheid van de staat niet langer als vitale kwesties werden beschouwd en de maatregel die jegens hen werd genomen niet langer een maatregel van leven of dood was.
The situation reached the point where Muslims lived in several states and the Khilafah became one of these states; the situation even worsened to the point where some Muslims started to call for an Islamic league, i.e. to have the Khilafah state enter into agreements with the states which broke away from her. Thus the Khilafah State would approve of their separation and of becoming several states; i.e. to support the disunity of the Muslims so that they turn into several peoples and nations, despite the fact that this was a vital issue and despite the explicit Ahadith about repentance or death. Hence, it came as no surprise when Mustafa Kemal declared the dismemberment of Turkey from the rest of the lands of Islam, and even declared his approval of surrendering the Islamic lands to the Kufr states to decide their fate because the issue was relegated from the level of being a vital issue. Thus the calamity took place and the Muslims became indifferent towards having to live in several states, and being divided into several peoples and nations. This was only because the issue of the Ummah’s unity and the issue of the state’s unity were no longer regarded as vital issues and the measure undertaken towards them was no longer a measure of life and death.
Daarom is het noodzakelijk om deze kwestie op haar rechtmatige plaats te herstellen en haar als een essentieel vraagstuk te beschouwen, om zo de versnippering van welk land dan ook uit het lichaam van het kalifaat te voorkomen, zelfs als dit zou leiden tot jarenlange strijd en zelfs als dit zou leiden tot de dood van miljoenen moslims.
Hence, it is imperative to restore this issue at its rightful place and to consider it a vital issue, thus preventing the dismemberment of any country from the body of the Khilafah, even if this led to several years of fighting and even if it led to the killing of millions of Muslims.
Evenso heeft de Islam het vertonen van flagrant ongeloof (Kufr) tot een van de vitale kwesties gemaakt, en de maatregel die daartoe wordt genomen een kwestie van leven en dood gemaakt; op deze wijze heeft de Islam de kwestie en de maatregel bepaald. Muslim rapporteerde in de overlevering (Hadith) van ‘Auf ibn Malik dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Er zullen leiders (Ameers) over jullie worden aangesteld, en jullie zullen vinden dat zij goede daden verrichten evenals slechte daden. Degene die hun slechte daden haat, is vrijgesteld van verwijt, degene die hun slechte daden afkeurt is ook veilig, maar degene die goedkeurt en volgt, is verloren.” Er werd gezegd: “O Boodschapper van Allah! Moeten wij niet tegen hen strijden met het zwaard?” Hij zei: “Nee, zolang zij de gebedsverplichting onder jullie blijven uitvoeren.” In een andere overlevering: “Zij zeiden: ‘O Boodschapper van Allah, moeten wij dan niet tegen hen strijden?’ Hij ﷺ antwoordde: ‘Nee, zolang zij de gebedsverplichting onder jullie blijven uitvoeren.’” Bukhari rapporteerde op gezag van ‘Ubadah Ibn-us-Samit die zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ nodigde ons uit, dus wij gaven hem onze eed van trouw (Bay’ah) om te horen en te gehoorzamen in wel en wee, in gemak en in moeilijkheid en slechte omstandigheden; dat wij niet in strijd zouden gaan met de mensen in autoriteit, tenzij wij een flagrant ongeloof (Kufr) getuigen waarvan er een sluitend bewijs van Allah is.” In de overlevering van Al-Tabarani stond: “evident ongeloof (Kufr).” en in een overlevering door Ahmed stond: “Zolang hij jullie niet beveelt een flagrante zonde te begaan.” Het werd ook gerapporteerd op gezag van ‘Auf Ibn Malik van Al-Ashja’i die zei dat de Profeet ﷺ zei: “De beste van jullie imams zijn degenen van wie jullie houden en die van jullie houden, en die voor jullie bidden en jullie voor hen bidden, en de slechtste van jullie imams zijn degenen die jullie haten en die van jullie haten, en jullie hen vervloeken en zij jullie vervloeken.” Wij vroegen: ‘O Boodschapper van Allah, moeten wij dan niet weerstand bieden aan hen?’ Hij zei: ‘Nee, zolang zij de gebedsverplichting onder jullie blijven uitvoeren.’”
Likewise, Islam has made the displaying of flagrant disbelief (Kufr) one of the vital issues, and made the measure undertaken towards it a measure of life and death; thus Islam determined the issue and the measure. Muslim reported in the Hadith of ‘Auf ibn Malik that the Messenger of Allah (saw) said: “Amirs will be appointed over you, and you will find them doing good deeds as well as bad deeds. The one who hates their bad deeds is absolved from blame, the one who disapproves of their bad deeds is also safe, but the one who approves and follows is doomed.” It was said: “O Messenger of Allah! Should we not fight them with the sword?” He said: “No, as long as they continue to establish prayer amongst you.” In another narration : “They said: “O Messenger of Allah, should we not fight them then? He (saw) replied: “No, as long as they continue to establish prayer amongst you.” Bukhari reported on the authority of ‘Ubadah Ibn-us-Samit who said: “The Messenger of Allah (saw) invited us, so we pledged our Bay’ah to him to hear and to obey in weal and woe, in ease and in hardship and evil circumstances; that we would not dispute with the people in authority, unless we witnessed a flagrant Kufr of which there is a conclusive proof from Allah.” In Al-Tabarani’s narration it said: “evident Kufr.” and in a narration by Ahmed, it said: “As long as he does not order you to commit a flagrant sin.” It was also reported on the authority of ‘Auf Ibn Malik from Al-Ashja’i who said that the Prophet (saw) said: “The best of your Imams are those whom you love and they love you and who pray for you and you pray for them, and the worst of your Imams are those whom you hate and they hate you and you curse them and they curse you’. We asked: ‘O Messenger of Allah shall we not then resist them?’ He said: ‘No, as long as they continue to establish prayer amongst you”.
Het instellen van het gebed weerspiegelt het instellen van de religie (Deen); het is eveneens gelijkwaardig aan het regeren met de islam en de manifestatie van haar rituelen. Het flagrante ongeloof (Kufr) is het ongeloof (Kufr) dat zich manifesteert in de daden die door de heerser worden uitgevoerd, oftewel: het regeren met ongeloof (Kufr). Daarom is het concept achter deze overleveringen (Hadith) dat de kalief (Khalifah) door de moslims moet worden weerstaan als hij begint af te wijken van het regeren met de islam en als hij faalt in het handhaven van haar rituelen, en dat hij door hen moet worden bevochten als hij het regeren met ongeloof (Kufr) instelt. Ook moeten de moslims de mensen in autoriteit uitdagen als zij een flagrant ongeloof (Kufr) getuigen. Hen uitdagen betekent het uiten van de uitdaging, zelfs als dit leidt tot het bevechten van hen. Er wordt in Al-Fateh vermeld: “De geleerden zijn het eens over de plicht om de dominante sultan te gehoorzamen en jihad te verrichten naast hem; dat zijn gehoorzaamheid beter is dan rebellie tegen hem, aangezien dit levens spaart en het volk tevreden stelt; zij hebben echter de situatie uitgesloten waarin de sultan flagrant ongeloof (Kufr) vertoont, in welk geval het verboden is hem te gehoorzamen; hij zou eerder moeten worden bevochten door degenen die daartoe in staat zijn, zoals vermeld in de overlevering (Hadith).” Imam al-Shawkani schreef in zijn boek getiteld Nayl al-Awtar: “Degenen die de mening aanhangen dat het verplicht is om de onrechtvaardigen met het zwaard te weerstaan en tegen hen te strijden, gebruikten als bewijs de algemene teksten in het Boek en de profetische traditie (Sunnah).” Daarom is de kwestie betreffende de plicht om met de islam te regeren en het voorkomen van het regeren met ongeloof (Kufr) een vitale kwestie, omdat Allah (SWT) de maatstaf die hiertegen ondernomen moet worden een kwestie van leven en dood heeft gemaakt; dus degene die niet met de islam regeert en regeert met een systeem van ongeloof (Kufr), moet ofwel terugtrekken of gedood worden.
Establishing prayer is reflected in the establishment of the Deen; it is also tantamount to the rule by Islam and the manifestation of its rites. The flagrant Kufr is the Kufr manifested in the actions performed by the ruler, i.e. the rule by Kufr. Hence, the concept behind these Ahadith is that the Khaleefah ought to be resisted by the Muslims if he started to deviate from the rule of Islam and if he failed to uphold its rites, and that he ought to be fought by them if he established the rule of Kufr. Also, the Muslims must challenge the people in authority if they witness a flagrant Kufr. Challenging them means generating the challenge even if this led to fighting them. It is mentioned in Al-Fateh: “The scholars have agreed upon the obligation of obeying the dominant Sultan and of performing Jihad alongside him; that his obedience is better than rebellion against him, for this would spare lives and appease the populace; however they excluded from this the case where the flagrant Kufr is displayed by the Sultan, in which case it would be forbidden to obey him, he should rather be fought by those who are capable, as mentioned in the Hadith.” Imam al-Shawkani wrote in his book entitled Nayl al-Awtar, “Those who hold the opinion that it is obligatory to resist the wrongdoers with the sword and struggle against them, they used as evidence the general texts in the Book and the Sunnah .” Hence, the issue pertaining to the obligation of ruling by Islam and preventing the rule of Kufr is a vital issue, because Allah (swt) has made the measure that should be undertaken towards it a measure of life and death; thus he who does not rule by Islam and rules by a Kufr system should either retract or be killed.
De moslims zijn bevolen niet te zwijgen over het regeren met iets anders dan wat Allah (SWT) heeft geopenbaard, omdat het een vitale kwestie is. Echter, toen de vroomheid in de zielen van de moslims verzwakte en ook hun begrip van de Islam verzwakte, werd het voor hen gemakkelijk om te zwijgen over de Khulafaa’ en de heersers als zij in één enkele zaak met ongeloof (Kufr) regeerden. Toen hun zwakte toenam, vonden zij het gemakkelijk om te zwijgen over de heersers als zij in meerdere zaken met ongeloof (Kufr) regeerden. Het langetermijngevolg van dit zwijgen was dat de heersers de durf hadden om ongeloof (Kufr) op een schandelijke wijze toe te passen. De moslims in Egypte zwegen toen de heerser het Franse burgerlijk recht implementeerde en de sharia-regels afschafte. De moslims zwegen in de Islamitische Staat toen de regels van ongeloof (Kufr) in 1909 als grondwet voor de moslims werden vastgesteld. Hoewel zij aanvankelijk tegen hen in opstand kwamen, zwegen zij daarna. Het kwam als geen verrassing toen Mustafa Kemal het kalifaat en alle regels van de Islam vernietigde en het bewind van ongeloof (Kufr) uitriep. Dit kwam doordat de moslims deze kwestie niet langer als een vitale kwestie beschouwden, waardoor de ramp plaatsvond en het voor de moslims gemakkelijk werd om getuige te zijn van het schandelijke ongeloof (Kufr) zonder het zwaard te trekken om het te verwijderen; het werd voor hen zelfs gemakkelijk om geregeerd te worden door ongeloof (Kufr) zonder het te veroordelen. Erger nog, de meerderheid van de moslims accepteerde de regels van ongeloof (Kufr), raakte eraan gewend en gaf de regels van de Islam uit vrije keuze op. Deze situatie bereikte het punt waarop moslims ongeloof (Kufr) accepteerden en erom riepen, naast het zwijgen erover en het niet trekken van het zwaard ertegen. Dit alles was enkel omdat de kwestie van het regeren met een systeem van ongeloof (Kufr) niet langer een vitale kwestie was, en de maatregel die ertegen werd genomen niet langer een kwestie van leven of dood was.
The Muslims are ordered not to keep silent over the rule by other than what Allah (swt) has revealed, because it is a vital issue. However, when piety weakened in the souls of the Muslims and their understanding of Islam also weakened, it became easy for them to keep silent over the Khulafaa’ and the rulers if they ruled by Kufr in one single matter. When their weakness increased, they found it easy to keep silent over the rulers if they ruled by Kufr in several matters. The long term consequence of this silence was that the rulers had the audacity to implement Kufr in a flagrant manner. The Muslims in Egypt kept silent when the ruler implemented the French civil law and abolished the Shari’ah rules. The Muslims kept silent in the Islamic State when the rules of Kufr were established as a constitution for the Muslims in 1909. Though they revolted against them at first, but they went silent afterwards. It came as no surprise when Mustafa Kemal destroyed the Khilafah and all the rules of Islam and declared the rule of Kufr. This was because the Muslims no longer regarded this issue as a vital one, thus the calamity occurred and it became easy for the Muslims to witness the flagrant Kufr without brandishing the sword to remove it; it even became easy for them to be ruled by Kufr without condemning it. Worse than that, the majority of Muslims accepted the rules of Kufr, became accustomed to them and relinquished the rules of Islam by choice. This situation reached the point where Muslims accepted Kufr and called for it, in addition to keeping silent over it and not brandishing the sword against it. All this was only because the issue of ruling by a Kufr system was no longer a vital issue, and the measure undertaken towards it was no longer that of life and death.
Daarom is het noodzakelijk om deze kwestie op haar rechtmatige plaats te herstellen en haar als een essentieel vraagstuk te beschouwen, zodat het bestuur door een systeem van ongeloof (Kufr) wordt voorkomen, zelfs als dit zou leiden tot jaren van strijd en zelfs als dit zou leiden tot de dood van miljoenen moslims en het martelaarschap van miljoenen gelovigen.
Hence, it is imperative to reinstate this issue in its rightful place and to consider it a vital issue, so that the rule by a Kufr system would be prevented even if this led to several years of fighting and even if it led to the killing of millions of Muslims and to the martyrdom of millions of believers.
Daarom is de perceptie van alle vitale kwesties die Allah (SWT) had geschetst en bepaald, en de perceptie van de leven-en-dood-maatregelen die Hij (SWT) verplicht had gesteld, verzwakt. De verbinding van deze kwesties met de islamitische geloofsleer (Aqeedah) is ook verzwakt, en zij werden verplaatst van hun positie tot het punt waarop zij niet langer werden waargenomen als zeer kritieke sharia-regels, waarvoor de wapens moeten worden opgenomen. Zo werden zij verplaatst van de positie waarin Allah (SWT) hen had geplaatst, wat betekent dat zij werden verplaatst van de positie van de vitale kwestie. Gevolgelijk werd de maatregel die de sharia ten aanzien van hen had bepaald, niet langer beschouwd als het verzet met geweld en het zwaaien met het zwaard om de heerschappij van ongeloof (Kufr) te verwijderen en de heerschappij van de Islam te herstellen. Daarom werd de kwestie van het vernietigen van het kalifaat, en daarmee het verwijderen van het systeem van de Islam, niet waargenomen als een vitale kwestie. Het feit dat dit inderdaad een vitale kwestie was, was niet dominant aanwezig in de sferen en de zielen. Dus ging Mustafa Kemal door met zijn actie, vernietigde het kalifaat en veegde de Islam van de politieke kaart zonder dat iemand de wapens tegen hem opnam en tegen hem vocht. Daarom vond de vernietiging van het kalifaat door de Kuffar en hun verwijdering van het systeem van de Islam uit het bestaan met deze gemak en eenvoud plaats, voor de ogen van miljoenen moslims. Indien de moslims op dat moment bewust waren geweest dat deze kwestie een vitale kwestie was, waarvan het lot van de moslims en het lot van de Islam afhing, en dat de onvermijdelijke maatregel daarvoor het opnemen van de wapens en het bevechten van Mustafa Kemal was, dan zouden zij deze slag, deze verschrikkelijke ramp en deze grote tragedie niet hebben ondergaan. Bijgevolg was het onvermogen van de moslims om te beseffen dat deze kwestie een vitale kwestie was die een maatregel van leven-en-dood noodzakelijk maakte, de oorzaak van deze ramp die hen trof.
Therefore, the perception of all the vital issues which Allah (swt) had outlined and determined and the perception of the life and death measures which He (swt) had made obligatory has weakened. The linkage of these issues to the Islamic Aqeedah has also weakened, and they were relegated from their position to the point where they were no longer perceived as being very critical Shari’ah rules, for which arms should be taken up. Thus, they were relegated from the position in which Allah (swt) had placed them, meaning they were relegated from the position of the vital issue. Consequently, the measure which the Shari’ah had decreed towards them was no longer deemed to be the resistance by force and the brandishing of the sword to remove the rule of Kufr and restore the rule of Islam. Therefore, the issue of destroying the Khilafah, thus removing the system of Islam, was not perceived as a vital issue. The fact that this was indeed a vital one was not dominant over the atmospheres and the souls. So Mustafa Kemal went ahead with his action, destroyed the Khilafah and wiped out Islam from the political map without anyone taking up arms against him and fighting him. Therefore, the Kuffar’s destruction of the Khilafah and their removal of the system of Islam from existence occurred with this ease and simplicity, before the eyes of millions of Muslims. Had the Muslims been at the time aware that this issue was a vital one, upon which the fate of the Muslims and the fate of Islam depended, and that the inevitable measure towards it was to take to take up arms and fight Mustafa Kemal, they would not have been dealt this blow, this horrific calamity, and this major tragedy. Hence, the Muslims’ failure to perceive that this issue was a vital issue which necessitated a measure of life and death, was the cause of this calamity that befell them.