2.2.3 Het tweede gedeelte: De verplichtingen van de moslims en onderlinge steun tussen hen
2.2.3 The Second Section: The obligations of the Muslims and mutual support among them
11- Voorwaar, de gelovigen zullen geen enkele schuldenaar onder hen onverrichter nogaat laten zonder dat er voor hem is voorzien, op een rechtvaardige en redelijke basis, met betrekking tot losgeld of bloedgeld. 12- Een gelovige zal geen alliantie aangaan met de Mawla (vrijgelaten slaaf die trouw is of een cliënt) van een gelovige zonder de toestemming van de laatste.
11- Verily, the believers shall not leave any indebted person from among them without him being provided for, on a fair and reasonable basis, in respect to ransom or blood money. 12- A believer shall not enter into alliance with the Mawla (freed slave who maintains loyalty or a client) of a believer without the latter’s consent.
13- De Godvrezende gelovigen staan gezamenlijk tegenover degene die rebelleert of probeert onrecht, misdaad, agressie of corruptie onder de gelovigen te zaaien. Hun handen zijn allen verenigd tegen hem, zelfs als hij de zoon van een van hen was.
13- The God-fearing believers stand together against the one who rebels or seeks to insert injustice, crime, aggression or corruption among the believers. Their hands are all united against him, even if he was the son of one of them.
14- Een gelovige mag een andere gelovige niet doden omwille van een ongelovige.
14- A believer shall not kill another believer for the sake of a disbeliever.
15- (Een gelovige) mag een ongelovige niet steunen tegen een gelovige.
15- (A believer) shall not support a disbeliever against a believer.
16- De bescherming van Allah is één, en de uitbreiding daarvan op de kleinste onder hen wordt toegepast op hen allemaal.
16- The protection of Allah is one and its extension upon the least of them is applied to all of them.
17- De gelovigen zijn bondgenoten en beschermers van elkaar, met uitsluiting van de mensen.
17- The believers are allies and protectors of one another to the exclusion of the people.
18- Wie van de Joden ons volgt; zal steun en bijstand ontvangen. Zij zullen niet onrecht worden aangedaan en er zal geen steun aan anderen worden verleend tegen hen.
18- Whoever from the Jews follows us; receives support and assistance. They are not wronged and support is not provided to others against them.
19- De vrede van de gelovigen is één. Er wordt geen vrede gesloten door een moslim apart van een andere moslim in het strijden in de weg van Allah, behalve op basis van wederzijdse gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.
19- The peace of the believers is one. No peace is made by a Muslim separate to another Muslim in the fighting in the way of Allah, except upon the basis of mutual even handedness and justice.
20- Met betrekking tot elke militaire eenheid die met ons mee gaat, zal deze één na de andere worden gevolgd.
20- In respect to every military attachment that goes out with us, it will be followed one after the other.
21- De gelovigen zullen vergelding vragen voor het bloed van elkaar [dat is vergoten] in de weg van Allah.
21- The believers will retaliate for the blood of one another [that is shed] in the way of Allah.
22- De Godvrezende gelovigen bevinden zich op de beste en meest correcte leiding.
22- The God-fearing believers are upon the best and most correct guidance.
23- Geen polytheïst mag eigendom of een persoon die toebehoort aan Quraysh beschermen; noch mag hij hem beschermen tegen een gelovige.
23- No polytheist shall protect a property or person belonging to Quraysh; nor shall he protect him against a believer.
24- Wie met bewijs is vastgesteld dat hij een gelovige (zonder recht) heeft gedood, is onderworpen aan vergelding, tenzij de bloedverwant van degene die gedood is, tevreden is met bloedgeld.
24- Whomever it has been established by evidence that he has killed a believer (without right), then he is subject to retaliation unless the blood heir of the one killed is satisfied with blood money.
25- De gelovigen staan gezamenlijk tegen hem op en het is voor hen niet toegestaan om anders dan tegen hem op te staan.
25- The believers stand against him altogether and it is not permissible for them except to stand against him.
26- Het is niet toegestaan voor een gelovige die bevestigt wat in dit document staat en gelooft in Allah en de Laatste Dag, om een crimineel bij te staan of onderdak te bieden.
26- It is not permissible for a believer who affirms what is stated in this document and believes in Allah and the last day, to provide assistance or shelter to a criminal.
27- En wie hem helpt of onderdak biedt, zal de vloek en de toorn van Allah over zich hebben op de Dag des Oordeels. Er zal dan niets van hem aanvaard worden.
27- And whoever helps or shelters him, will have the curse and anger of Allah upon him on the Day of Judgement. Nothing will then be accepted from him.
28- Waarover jullie ook van mening verschillen in een zaak, verwijs deze dan naar Allah ‘Azza Wa Jalla en naar Muhammad ﷺ.
28- Whatever you have differed upon in any matter, then it must be referred to Allah ‘Azza Wa Jalla and to Muhammad (peace be upon him).